Op het etiket staat de hoeveelheid van de ester: de werkzame stof plus het vetzuur dat eraan vastzit. Hoeveel daarvan het eigenlijke hormoon is, hangt af van de ester. De ester-calculator rekent dat om voor testosteron, nandrolon, trenbolon, drostanolon, boldenon, methenolon en Sustanon.
…
Waarom 250 mg niet altijd 250 mg is
Een ester is een chemische verbinding van het steroïd met een zuur. Het zuur maakt het molecuul beter oplosbaar in vet, zodat het langer in het oliedepot blijft. Maar het telt mee in het gewicht: hoe langer de zuurketen, hoe kleiner het aandeel hormoon. Daarom zit er in 250 mg testosteron enanthaat minder vrij testosteron dan in 250 mg propionaat.
Testosteron-esters vergeleken (per 250 mg)
| Ester | Aandeel | vrij testosteron |
|---|---|---|
| propionaat | 83,7 % | 209 mg |
| enanthaat | 72,0 % | 180 mg |
| cypionaat | 69,9 % | 175 mg |
| isocaproaat | 74,6 % | 187 mg |
| fenylpropionaat | 68,6 % | 171 mg |
| decanoaat | 65,2 % | 163 mg |
| undecanoaat | 63,2 % | 158 mg |
Zo wordt er gerekend
Uitgangspunt zijn de molmassa’s: steroïd plus zuur min het water dat bij de verbinding vrijkomt. Het aandeel van het steroïd in die som is het aandeel werkzame stof. Bij mixen zoals Sustanon 250 wordt elk van de vier esters apart berekend en opgeteld. Het zijn berekende waarden, niet in een lab gemeten, en ze zeggen niets over werkingsduur of dosering.
Meer over de afzonderlijke esters: drostanolon propionaat, drostanolon enanthaat, testosteron.